A A A

“Ik dacht dat ik gewoon een griepje had en wilde niet geloven dat het corona was”

Gepubliceerd op: 26 maart 2021

Werner Eijsink is al 18 jaar fysiotherapeut in ons ziekenhuis. Door het coronavirus lagen zijn ‘normale’ werkzaamheden in april 2020 tijdelijk stil en hielp hij onder andere coronapatiënten bij het revalideren. Op 8 april voelde hij zich grieperig. Een paar dagen later hoorde hij dat hij corona had. “Ik werd steeds zieker en had nergens meer zin in”, vertelt Werner. Ondanks dat hij altijd vitaal was en niet tot een risicogroep behoorde, werd Werner zelf patiënt en belandde aan de beademing op zijn ‘eigen’ IC-afdeling. 

Werner werkte als fysiotherapeut regelmatig met coronapatiënten. “Wij hielpen patiënten weer op de been, bijvoorbeeld nadat ze aan de beademing hadden gelegen. Natuurlijk deden wij dit altijd volgens de regels met alle beschermende middelen. Ik vond het indrukwekkend om te zien hoe mensen in buikligging beademd werden. Toen ik me op 8 april zelf wat grieperig voelde, heeft een verpleegkundige mijn temperatuur gemeten, maar ik had geen koorts. Een dag later, op mijn vrije dag had ik wel hoge koorts, was ik erg misselijk en meldde ik mij ziek.” Op dat moment wist Werner nog niet dat hij corona had. Hij mocht zich laten testen om zeker te weten of hij niet besmet was met het coronavirus. Op 13 april belde de bedrijfsarts met het slechte nieuws dat Werner corona had. “Dan hoop je nog dat het met een sisser afloopt. Ik had ook veel verhalen van mensen gehoord die bijna niet ziek werden.” 

Opgehaald door de ambulance

Helaas ging het bij Werner steeds slechter. “Op een nacht ging het helemaal niet goed. Mijn vrouw merkte dit ook aan mij. Daarom hebben we de huisartsenpost gebeld. Ik werd door de ambulance opgehaald en naar het SKB gebracht. Mijn vrouw mocht niet mee, want op dat moment mocht er geen bezoek in het ziekenhuis komen.” Werner werd opgenomen op de corona afdeling waar hij zuurstof kreeg. “Eerst kreeg ik 1 liter zuurstof, toen 2 liter en dat werd steeds meer tot ik 24 uur per dag zuurstof kreeg. Maar dit was al snel niet meer voldoende.”

Afscheidsgesprekken

Werner kreeg te horen dat hij moest worden beademd op de IC-afdeling. Coronapatiënten worden in buikligging beademd. Hiervoor wordt de patiënt in slaap gebracht. “Mijn zuurstofgehalte was zorgwekkend laag. Voordat ik aan de beademing werd gekoppeld, had ik nog net voldoende lucht om mijn vrouw en kinderen te bellen. En het is raar om te zeggen, maar dit waren afscheidsgesprekken. Je weet niet zeker of je hier uit komt”, vertelt Werner.  

De periode op de IC

Vijf weken lang ligt Werner op de IC-afdeling. Na 2 weken knapt hij weer wat op en mag dan ook van de beademing af en wat oefenen. “Ik had een delier, dus was qua bewustzijn helemaal van het padje. Overal zag ik roze flamingo’s. Zelfs als ik mijn ogen dicht deed.” Vervolgens  treden er complicaties op en moet Werner opnieuw in buikligging beademd worden. “Daarom mochten mijn vrouw en kinderen langskomen om wederom ‘mogelijk’ afscheid te nemen. Het was echt kantje boord.” Daarna mocht Werner van de beademing af. “Achteraf hoorde ik dat de IC-verpleegkundigen mijn vrouw iedere dag op de hoogte brachten. Ze konden beeldbellen waardoor mijn vrouw zag hoe ik in buikligging aan de beademing lag. Dit was erg indrukwekkend voor haar. Tegelijkertijd was het voor haar ook fijn om nog een soort van ‘contact’ te hebben.”

Wakker worden in een vertrouwde omgeving

“Op het moment dat ik wakker werd, had ik nog een beademingsbuis in mijn mond. Alles ging erg moeizaam. Mijn vrouw was er vanwege de bezoekersregeling niet bij toen ik wakker werd, maar gelukkig herkende ik de stemmen van mijn collega’s. “Ik voelde me echt bevoorrecht dat ik de verpleegkundigen en artsen kende. Ze waren dan wel helemaal in pak, maar ik herkende alle stemmen. Dit maakte het voor mij, zo gek als het klinkt, een vertrouwde omgeving. Het is voor mij natuurlijk vreemd om patiënt te zijn maar voor de mensen die mij helpen is het ook indrukwekkend om een collega te verzorgen. Achteraf kan ik zeggen dat ik ontzettend blij ben met de zorg en begeleiding die ik heb mogen krijgen.”

Weer gezichten zien

Na ongeveer 1 week van de beademing afgekoppeld te zijn, mocht Werner naar verpleegafdeling C1. Daar kon hij na 6 weken ook zijn eigen vrouw en kinderen weer fysiek zien. Wel in fases, want er mocht 1 bezoeker per dag komen. “Het was heel fijn dat ik überhaupt weer gezichten kon zien. Ik had de laatste weken alleen maar collega’s in beschermende kleding gezien.” Werner lag één week op verpleegafdeling C1. Hij moest opnieuw leren lopen en had problemen met eten, praten en de stoelgang. Daarna ging hij naar het Roessingh in Enschede om verder te revalideren. Hier heeft hij 8 weken lang intensieve begeleiding gehad. Af en toe kreeg hij weekendverlof en kon hij even naar huis. “De omslag van het SKB naar het Roessingh was heel groot. In het SKB werd ik natuurlijk vooral verzorgd en in het Roessingh moest ik direct zelf aan de bak.”

Naar huis

Op 24 juli 2020 mocht Werner naar huis waar hij verder kon revalideren. “Oost, west, thuis best. De buren hadden de vlag uitgehangen. Dit was een emotioneel moment.” Op het moment dat Werner het Roessingh verliet, kon hij weer eten, drinken en zichzelf verzorgen. Ook kon hij inmiddels weer zonder hulpmiddel lopen. Maar Werner was er nog lang niet en is tot op de dag van vandaag bezig met zijn revalidatietraject. 

Fietsen, wandelen, tennissen en koken

In januari 2021 is Werner langzaam begonnen om zijn werk in het SKB op te pakken. “Ik ga nu naar een eerstelijns fysiotherapeut. Dit is het laatste onderdeel van het revalidatietraject. Af en toe ben ik weer op de tennisbaan te vinden om met een goede vriend een balletje over te slaan, echt tennissen lukt nog lang niet. Ik kan weer doen wat ik leuk vind: wandelen, fietsen en koken. Daarnaast ben ik nog aangesloten bij een patiëntenvereniging ‘IC connect’. “Het is erg fijn om met lotgenoten te praten over wat je is overkomen”, sluit Werner af. 

Direct naar
Goed, veilig & gastvrij