Ga direct naar inhoud

"Er zit een mens in die witte jas"

Oud-medewerker Wim Schepers even patiënt

Gepubliceerd op: 08 april 2021

Wim Schepers werkte ruim 20 jaar als communicatie- en pr-adviseur in ons ziekenhuis. Achttien jaar na zijn afscheid van het SKB, moet hij eind 2020 met spoed naar het ziekenhuis. Hij maakt opnieuw kennis met het SKB. Dit keer niet als medewerker, maar als patiënt. “Als patiënt ontdekte ik de afgelopen maanden dat in die formeel en professioneel acterende 'witte pakken' zich ook nog een andere dimensie bevindt. De dimensie van een mens."

“Ongeveer achttien jaar geleden nam ik als medewerker afscheid van het Streekziekenhuis Koningin Beatrix. De toenmalige directeur hield een mooie toespraak en ik werd uitgeluid en toegedronken. Eind 2020 stapte ik opnieuw het SKB binnen. Opnieuw was er een toespraak, een glaasje en een hapje, maar die waren heel anders dan bij mijn afscheid. Ik was deze keer geen vertrekkend medewerker, maar een inkomend patiënt. Na een oog-tia was ik door de huisarts met spoed naar het ziekenhuis verwezen. Het drankje dat bij de poli Neurologie klaar stond was een bekertje kraanwater en het hapje was een tablet die in de ultrakorte toespraak van de neuroloog de naam 'turbopil' kreeg. Eigenlijk zei ze niet veel meer dan: "Nu innemen alstublieft. Daarna praten we verder". Haar toon dulde geen tegenspraak, maar ik begreep dat ze het goed meende: eerst die pil slikken om de kans op verdere schade te beperken!

Oog-tia

Ik had me in de afgelopen decennia nauwelijks meer laten zien in de Oost-Achterhoekse ziekenhuiswereld. Behalve één keer per jaar rond 5 december, als ik in vermomming kinderen van SKB medewerkers toesprak en verraste met cadeautjes. Als voormalig medewerker had ik nauwelijks meer binding met het SKB en als potentiële klant bleef mij een noodzakelijk bezoek aan het ziekenhuis gelukkig steeds bespaard. Tot een vrijdagmiddag in december, toen mijn rechteroog plotseling ophield met werken. Ik voelde er niets van, maar zag met rechts niks meer. Met mijn andere oog kon ik nog gericht Googelen en toen zag ik het ineens opduiken: een TIA. Een oog-tia, een amaurosis fugax. Door mijn jarenlange werkzaamheden in het SKB en de kennis die ik daar had opgedaan, besefte ik dat ik als de wiedeweerga de huisarts moest bellen. Toen begon een nieuw hoofdstuk in mijn levensboek. 

Geoliede machine

Ik maakte als patiënt opnieuw kennis met een organisatie die ik al kende als uitstekend zorgverleningsbedrijf met goed opgeleide professionals. Maar dat het ook mensen van vlees en bloed zijn in die witte jassen, die zich letterlijk met hart en ziel inzetten voor jou als patiënt, drong pas nu echt tot mij door. 

Als poliklinisch patiënt ervoer ik het SKB als een geoliede machine, waar zorgvuldig, doelgericht, efficiënt en zonder poespas wordt gewerkt. Waar het personeel vaak meer stappen voor je zet dan de instructieboeken voorschrijven, waar wachttijden op de poliklinieken zoveel mogelijk worden beperkt, waar onderzoeken zoveel mogelijk aaneensluitend worden uitgevoerd, waar je naar je volgende afspraak wordt begeleid en waar zelfs gratis koffie wordt verstrekt om de tijd tussen afspraken door aangenaam te overbruggen. Waar je wordt geïnformeerd over dingen die je wilt weten en waar je niet naar gevraagd hebt maar waar je toch dankbaar voor bent dat ze je dat meegeven. Waar gesproken wordt in gewone-mensentaal. Waar je vragen kunt stellen en niet bang hoeft te zijn om je eigen mening te uiten. 

Vernieuwing en verandering

Een opvallende vernieuwing in de aanpak van het SKB in dit kader is, dat er steeds meer wordt gewerkt met verpleegkundig specialisten. Dat zijn verpleegkundigen met specialistische kennis van en ervaring met een bepaald vakgebied. Zij nemen sommige taken over van specialisten. In het SKB zijn er inmiddels een stuk of vijftien. Mijn ervaring is dat ze veel nadruk leggen op een persoonsgerichte informatievoorziening. Iets dat ik erg opvallend en plezierig vind. Voor de nazorg zijn ze laagdrempelig bereikbaar en aanspreekbaar, een echte meerwaarde. 

Als kind heb ik meegekregen dat je een onvoorwaardelijk vertrouwen moet hebben in alles wat een witte jas draagt. Als de dokter zegt dat je dood bent, dan moet je niet tegensputteren en de indruk wekken dat je zelf wel beter weet. Wat de dokter zegt is wet en vastbesloten. Die tijden zijn veranderd. Ook wij Achterhoekers, burgers van een moderne samenleving, volgen niet meer blindelings het gezag en zijn mondiger geworden. Binnen die samenleving wordt tegenwoordig gelukkig ruimte geboden om jezelf te uiten en te profileren. We lopen wel met mondkapjes op, maar onze monden zijn niet gesnoerd. Ook niet in het ziekenhuis.

Ongevraagd huldebetoon

Jammer genoeg hebben we soms de neiging door te slaan in onze vrijheidsbeleving. Dan overladen we onze omgeving met harde kritieken en vergeten we daarbij alles wat er wél goed gaat. Ik heb in de afgelopen maanden ervaren hoeveel (ingehouden) behoefte ziekenhuismedewerkers hebben aan af en toe een schouderklopje en een complimentje als tegenhanger voor kritiek, onheuse verwijten, grove schofferingen en simpelweg een grote mond. Van mij krijgen ze dat ongevraagde huldebetoon. Ik heb ervaren hoe betrokken ze zijn bij hun inspanningen om anderen te helpen. Ik zag en voelde hoe ze zich niet alleen met deskundigheid, maar vooral ook met empathie inzetten voor patiënten die het soms moeilijk hebben en bang zijn.

Ik voorspel dat mijn artikel bij sommigen commentaar uitlokt en er wat kritiek zal opborrelen. Ook het woord 'slijmerij' valt wellicht. Prima, iedereen zijn of haar vrijheid. Zo neem ik de vrijheid om mijn positieve oordeel te geven over het SKB en zijn medewerkers. Dat deed ik vroeger als communicatieadviseur ook al. Maar dàt kan me niet verweten worden, het behoorde immers tot mijn takenpakket. Nu ben ik sinds kort ervaringsdeskundige als patiënt van het SKB. Ik heb de afgelopen periode in het ziekenhuis van alles aan den lijve ondergaan en ondervonden. Allerlei functies zijn gecontroleerd en grotendeels in orde bevonden. Mijn haperende oog doet het weer uitstekend en met twee goed functionerende kijkers heb ik een helder beeld van de realiteit, denk ik. Ik heb gezien hoe het SKB en zijn medewerkers adequate, deskundige zorgverlening en patiëntvriendelijkheid hoog in het vaandel hebben staan. En hoe ze zich 24 uur per dag inspannen om de best mogelijke zorg te geven, zonder onnodig gedoe en overbodige formaliteitenpoespas. 

Op dit moment hebben we, onder de last van het coronavirus, ietwat geforceerde neigingen zorgpersoneel extra lof toe te zwaaien. Die lof en ook extra geld verdienen ze echter wat mij betreft van harte. Niet alleen nu, maar structureel. Want optimale patiëntvriendelijkheid en het bieden van de beste zorg, laten SKB'ers niet afhangen van een pandemie of een bacterie. Die serieuze instelling is er te allen tijde en lijkt ingebakken in de Achterhoekse genen. Ik zag het en beleefde het aan den lijve, liggend op de pijnbank die geen pijnbank was. Hulde voor alle SKB'ers! Wat hebben we een mooi ziekenhuis en wat werken er bevlogen mensen! Zij zorgen voor ons, laten wij zorgen voor ons SKB!”

De goudkust van het SKB

Wim Schepers uit Winterswijk-Woold kwam in 1982 in dienst bij het SKB. In zijn functie als communicatie- en pr-adviseur schreef en sprak hij regelmatig namens het ziekenhuis. “Toen de huidige afdeling Marketing en Communicatie mij vroeg mijn verhaal te delen, twijfelde ik geen moment. Als medewerker werkte ik meestal vanuit wat ook wel ‘de goudkust van het SKB’ werd genoemd: de directie- en managementvleugel. Daardoor had ik weinig aansluiting met de echte zorgorganisatie en kende ik nauwelijks de zorgverleners en het overige personeel, zoals de Facilitaire dienst. Managers kende ik bij naam en toenaam, maar 'het gewone volk', met alle respect, in ziekenhuistenue kende ik veelal alleen via de naambadge. Als medewerker zag ik het zorgpersoneel vooral als professionals die dagelijks hun best doen om de patiënt letterlijk weer op de been te krijgen. De afgelopen maanden maakte ik voor het eerst kennis met het SKB als patiënt. Hierdoor leerde ik het SKB kennen op een andere manier en maakte ik kennis met de mens ‘achter de witte jas’.”

Direct naar