Dit is een Santiz ziekenhuis   ●   Samen voor een vitale Achterhoek: Santiz
  • Home
  • Mijn SKB
  • SKBaby
  • Print
  • contact

Spataderen zijn meestal goed te behandelen

Spataderen zijn meestal goed te behandelen

Spataderen ontsieren en kunnen klachten geven. Ze liggen niet altijd aan de oppervlakte. Ook een diep in het been verborgen spatader kan klachten
geven. In veel gevallen is er goed iets aan te doen. Spataderen zitten doorgaans in de benen. “Of je wel of niet spataderen krijgt, is vooral een kwestie van familiaire aanleg. Een zwangerschap, overgewicht en staand werk vergroten ook de kans op spataderen”, zegt Ria Elschot, physician assistant chirurgie. 

Het SKB heeft twee physician assistants die patiënten met spataderen onderzoeken en behandelen. Dat zijn Ria Elschot en Sabine Peters. Ook chirurg Michiel van der Vaart onderzoekt en behandelt patiënten. Hij is ook degene die patiënten op de OK opereert, in geval dat nodig is. Meestal kan de behandeling poliklinisch en dat wordt door alle drie gedaan.

Gaat het om behandeling van een slagader, dan komt de patiënt onder behandeling van één van de vaatchirurgen van het Slingeland Ziekenhuis, waarmee het SKB is gefuseerd tot Santiz. De vaatchirurgen zien de patiënten in het SKB.

Klachten
Spataderen zijn soms duidelijk zichtbaar, maar kunnen ook onzichtbaar zijn doordat ze dieper in het been liggen. Ze kunnen verschillende klachten geven, zoals vermoeide benen, een zwaar gevoel in de benen, kramp, onrustige benen, jeuk of gekriebel, eczeem en zwelling. Hebt u deze klachten? Ga dan naar de huisarts, ongeacht of u spataderen of ontsierende vaatjes ziet. Normaal gesproken verwijst de huisarts u dan naar de spataderpolikliniek. Daar wordt eerst een zogeheten duplex-onderzoek gedaan, met behulp van echografie. “Aansluitend bezoekt de patiënt de spataderpolikliniek”, vertelt Ria Elschot. “Mijn collega of ik doet een vraaggesprek met de patiënt, doet een onderzoek en beoordeelt aan de hand van het duplex-onderzoek of behandeling mogelijk is en zo ja welke.”

Behandelingen
Welke behandelingen zijn er mogelijk? Ria Elschot somt op. “Gaat het alleen om kleine ontsierende vaatjes aan de buitenkant? Dan volstaat de
zogeheten sclero-compressie therapie. Daarbij worden de vaatjes ingespoten met een vloeistof waardoor de vaatwanden aan elkaar plakken en de vaatjes na een tijd verdwijnen doordat ze uitdrogen.” En bij grotere spataderen? “Die kunnen meestal worden weggehaald door middel van laser. Dat gebeurt poliklinisch, onder plaatselijke verdoving. Via een katheter (dun buisje) wordt een laserdraad ingebracht. Met behulp van het laserlicht wordt de ader verwarmd, waardoor deze verkleeft. De ader sterft af en het lichaam ruimt dit zelf op.”

Soms kunnen spataderen door een kleine opening verwijderd worden. Ook dat kan poliklinisch. Als dit allemaal niet kan, resteert nog het zogeheten strippen. “Dit gebeurt op de OK, onder algehele of plaatselijke verdoving. De chirurg verwijdert dan de slechte ader uit het been.” Bijna alle spataderproblemen zijn met de hiervoor genoemde behandelingen op te lossen. In een enkel geval kan dat niet. In zo’n geval moet de patiënt elastische steunkousen dragen. Die drukken de bloedvaten samen, waardoor de kleppen beter sluiten.

Zorgverzekeraars vergoeden niet alle spataderbehandelingen. Zij hebben bepaalde regels voor wel of niet vergoeden. Op de spataderpolikliniek
wordt u daar nader over geïnformeerd.

Op de foto: Behandeling van een spatader met behulp van laser, op de poliklinische OK. Ria Elschot laat de laserdraad aan de patiënt zien.



‹ Terug

ontwikkeling en realisatie: HPU internet services