Plexusanesthesie van de schouder
De schouder kan worden verdoofd door de zenuwknoop (plexus)
tijdelijk met een verdovingsvloeistof uit te schakelen. U krijgt dan een prik
in de hals of in de nek. Via de naald worden zwakke electrische prikkels
gegeven. Wanneer de bovenarmspier samentrekt, bevindt de naald zich bij de
juiste zenuw en kan de verdovingsvloeistof worden ingespoten. Ook kan gebruik
worden gemaakt van een echoapparaat. Korte tijd later merkt u dat de arm zwaar
wordt. Omdat de zenuw van het oog ook een beetje wordt verdoofd kan het ooglid
iets gaan hangen. Vóór de operatie wordt de verdoving getest. Een verdoving van
de schouder wordt vaak gecombineerd met een lichte slaap of een algehele
narcose. Omdat de schouder een gevoelig gewricht is wordt voor de
schouderverdoving altijd een langwerkend middel gebruikt. De verdoving kan wel
tot 20 uur blijven werken en zo goede pijnbestrijding geven.
Na de operatie krijgt u een slokje water te drinken om de slikspieren te testen. U hoeft niet in het ziekenhuis te blijven tot de verdoving is uitgewerkt, u dient wel de arm
in een draagdoek (mitella) te dragen.
Bijwerkingen van de schouderverdoving
- Onvoldoende werking
Het kan voorkomen dat de verdoving bij u onvoldoende werkt. Soms kan de
anesthesioloog nog wat extra verdoving bijgeven of de verdoving combineren met
een algehele narcose. - Heesheid
Doordat de zenuw van de stemband ook kan worden verdoofd kunt u tijdelijk even
wat hees zijn. - Benauwdheid
De zenuw van het middenrif kan verdoofd raken waardoor de ademhaling wordt
belemmerd. Patiënten zonder longziekten zullen hier niet veel van merken.
- Klaplong
In uitzonderlijke gevallen kan bij de verdoving een gaatje worden geprikt in
het longvlies. Hierdoor kan de long samenvallen. - Toxiciteit
Door de grote hoeveelheid verdovingsvloeistof die wordt gebruikt kan het zijn
dat de bloedspiegel te hoog wordt. Hier wordt u steeds op gecontroleerd en bij
de minste verdenking op een hoge bloedspiegel krijgt u een medicijn toegediend
welke de verschijnselen weer opheft.

